Het onderwijs

Algemeen

Het Jacob-Roelandslyceum is een school voor vwo met gymnasium en atheneum en voor havo. Het Jacob-Roelandslyceum heeft gekozen voor een éénjarige brugperiode met gymnasium/atheneum-klassen, een (of twee) combinatieklas(sen) atheneum/ havo en een aantal havo-klassen, omdat hiermee het meest recht wordt gedaan aan de uitgangspunten van de school, zoals geformuleerd in de visie en missie. Aan het einde van de brugklas wordt een keuze gemaakt voor één van de richtingen. Overstappen wordt slechts in zeer bijzondere gevallen toegestaan. Gymnasiumen atheneumonderwijs is zesjarig en geeft aansluiting op het HBO (Hoger Beroeps Onderwijs) en op de Universiteit. Havo-onderwijs is vijfjarig en geeft aansluiting op de vijfde klas van het atheneum en het HBO.
 
Het Jacob-Roelandslyceum kent lessen van 45 minuten. Door keuzes te maken kan een leerling van het Jacob-Roelandslyceum zich profileren in een bepaalde richting of in de breedte.

Inrichting van de basisvorming

Basisvorming

In alle brugklassen wordt lesgegeven op hetzelfde brugklasniveau. De afstemming van de leerstof en toetsing in de brugklas is zo optimaal mogelijk. Brugklassers worden beoordeeld op gymnasium/atheneum-niveau of op havoniveau. 
Door rekening te houden met hun mogelijkheden heeft de beoordeling van de brugklasleerlingen op deze wijze in beginsel een aanmoedigend karakter.
 
Leerlingen die in de combinatiebrugklas havo/vwo zijn geplaatst, krijgen Latijn, zoals de leerlingen in de vwo-brugklassen. Zij worden voor de groep 1-vakken (Nederlands, Engels, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde en biologie) in het eerste semester met een dubbele norm beoordeeld, om zo optimale kansen te bieden aan deze leerlingen. 
In het tweede semester wordt de leerling beoordeeld met de norm die bij de leerling past. Bij het rapport aan het einde van het eerste semester krijgen alle brugklasleerlingen een voorlopig advies voor het te volgen onderwijs in de tweede klas; gymnasium, atheneum of havo en voor een profilering, indien gewenst. De keuze voor een profilering wordt al eerder gemaakt. 

 

Aan het einde van het schooljaar worden de brugklasleerlingen gericht bevorderd naar 2 havo, 2 atheneum of 2 gymnasium. Ook aan het einde van de tweede klas worden de leerlingen gericht bevorderd. Ouders en leerlingen hebben de vrije keuze om een niveau lager te kiezen. Aan het einde van het derde leerjaar krijgen de leerlingen een advies over het door hen verder te volgen onderwijs. Hierbij zijn zowel de mentor, de vakdocenten als de decaan betrokken. In sommige gevallen kan ter ondersteuning van de school- , profiel-, vervolgstudie- en beroepskeuze het Adviesbureau voor Opleiding en Beroep (AOB) in Den Bosch worden ingeschakeld.

De inrichting van de vernieuwde onderbouw kent op het Jacob-Roelandslyceum de volgende uitgangspunten:

  • goede afstemming tussen de verschillende (verwante) vakken;
  • zichtbare samenhang tussen vakken in vakoverstijgende modules;
  • realisering van visie, missie en onderwijsconcept.

Inrichting van de tweede fase

Vanaf klas 4 is op het Jacob-Roelandslyceum het onderwijs ingericht overeenkomstig de Wet op de tweede fase. Het vakkenpakket moet voldoen aan de voorschriften die gelden voor het zogenaamde studieprofiel dat definitief door de leerling wordt gekozen in de derde periode van het derde leerjaar.
 
De wet schrijft vier van deze profielen voor, te weten:
  • Cultuur en Maatschappij
  • Economie en Maatschappij
  • Natuur en Gezondheid
  • Natuur en Techniek
voortaan af te korten tot CM, EM, NG en NT
 
Het examenpakket voor elke leerling wordt uiteindelijk bepaald door het gekozen profiel, waarbij elk profiel weer is samengesteld uit:
1. het Gemeenschappelijk Deel
2. het Profieldeel
3. het Vrije Deel, met zelf gekozen vakken en activiteiten
 
De totale omvang van het vakkenpakket wordt gerelateerd aan een studielast, vastgesteld in uren per vak, waarbij de totale studielast voor elk profiel gelijk is. De studielast voor elk vak is vastgesteld voor de gemiddelde leerling en bestaat uit verplicht te volgen lessen, overige studieactiviteiten die de leerling op school dient te verrichten en daarnaast de tijd die de leerling besteedt aan huiswerk, het maken van werkstukken en overige activiteiten die per vak zijn vastgesteld. 
Onder dit laatste vallen ook zaken zoals deelname aan excursies en schouwburgbezoek. De school heeft vastgesteld hoe de studielast per vak over de verschillende leerjaren wordt verdeeld en heeft aan de hand hiervan een lessentabel opgesteld. Naast de eisen voortvloeiend uit het Centraal Examen moet de leerling voldoen aan een aantal andere eisen. Deze worden voor elke leerling vastgelegd in een examendossier. Het geheel van deze eisen heet het Schoolexamen. Een leerling die niet voldoet aan de eisen van het Schoolexamen, kan geen diploma verwerven.